Liquidatiereserves en VVPRbis
In deze editie van onze nieuwsbrief willen we u informeren over belangrijke fiscale veranderingen met betrekking tot de liquidatiereserves en het VVPRbis-stelsel. Deze hervormingen zijn recent goedgekeurd en hebben concrete impact op de timing en belastingdruk bij winstuitkeringen. De regering wil hiermee de regels van VVPRbis en liquidatiereserves beter op elkaar afstemmen.
Wat verandert er voor de liquidatiereserves?
Tot nu moest u 5 jaar wachten om de liquidatiereserves uit te keren aan een gunsttarief. Dat wordt nu verminderd naar 3 jaar.
- Voor reserves die zijn aangelegd vóór 31 december 2025: u kan nog kiezen! Wacht u 5 jaar, dan betaalt u 5% roerende voorheffing bij uitkering. Maar als deze al minstens 3 jaar in de reserves zitten, kan u vanaf de publicatie van de wet al uitkeren met 6,5% roerende voorheffing. De wachttijd wordt dus verkort.
- Voor nieuwe reserves die worden aangelegd vanaf 1 januari 2026 geldt: indien u uitkeert binnen de 3 jaar, betaalt u 30% roerende voorheffing; indien u wacht tot na 3 jaar, betaalt u 6,5% roerende voorheffing.
Bij vereffening blijft de uitkering van de liquidatiereserve volledig vrijgesteld van roerende voorheffing!
Wat verandert er voor het VVPRbis-stelsel?
Onder het oude regime gelden de roerende voorheffings-tarieven volgens een opklimmend schema:
- 30% in het 1e boekjaar na de inbreng van het kapitaal
- 20% in het 2e boekjaar
- 15% vanaf het 3e boekjaar na de inbreng van het kapitaal
Het verlaagde tarief van 20% roerende voorheffing op dividenden blijft mogelijk voor inbreng tot uiterlijk 31 december 2025. Voor inbreng vanaf 1 januari 2026 geldt opnieuw het tarief van 30% in het tweede jaar. Vanaf het derde boekjaar blijft het tarief van 15% bestaan binnen VVPRbis.
Waarom is dit belangrijk voor jullie?
– Meer flexibiliteit bij winstuitkeringen
– Fiscaal voordeel behouden via een verlaagd tarief (6,5%) bij uitkering na 3 jaar
– Betere strategische dividend- en kapitaalplanning
– Overgangsperiode creëert opportuniteiten
Wat raden wij aan?
– Bekijk uw bestaande liquidatiereserves
– Herbekijk het dividendbeleid in functie van de nieuwe regels
– Plan kapitaalbijdragen bewust
Conclusie
Belastingplanning wordt belangrijker: wanneer wilt u inbrengen en wanneer wilt u uitkeren?
Vergeet hierbij niet dat u bij aanleg van een liquidatiereserve reeds 10% afdraagt via de vennootschapsbelasting. Indien u de wachttijd van 3 jaar niet respecteert, zal u alsnog 30% roerende voorheffing moeten betalen. Voortijdige uitkeringen van liquidatiereserves zijn fiscaal zeer ongunstig.
Voor het VVPRbis-stelsel dient u uw inbreng nog in 2025 te verrichten om in aanmerking te komen voor het gunstregime. Bovendien kan dit interessant zijn in het kader van de aankomende meerwaardebelasting: door het eigen vermogen te verhogen, kan uw toekomstige belaste meerwaarde lager zijn. Ook de beslissing op liquidatiereserves niet meer uit te keren in 2025, kan een positieve impact hebben op deze toekomstige meerwaardebelasting.


