NIEUWS

Nieuws2023-07-05T09:28:38+00:00

Het laatste kwartaal komt eraan: tijd om vooruit te kijken

3 september 2026|Categories: Nieuwsbrieven|Tags: , , , , , , |

Nieuwsbrief September 2026 – Het laatste kwartaal komt eraan: tijd om vooruit te kijken
Nu het einde van het derde kwartaal in zicht komt, breekt een belangrijke periode aan voor veel ondernemingen. Het laatste kwartaal biedt nog mogelijkheden om financiële, fiscale en strategische beslissingen te nemen die een impact kunnen hebben op het resultaat van het lopende boekjaar.

Wie vandaag de nodige tijd neemt om vooruit te kijken, kan nog belangrijke keuzes voorbereiden en onaangename verrassingen bij de jaarafsluiting vermijden.

Tussentijdse cijfers als kompas
Wie de resultaten van de onderneming regelmatig opvolgt, beschikt over waardevolle informatie om tijdig bij te sturen. Het gaat daarbij niet alleen om de gerealiseerde omzet, maar ook om de evolutie van kosten, marges, winstgevendheid en beschikbare liquiditeiten.

Vragen die hierbij aan bod kunnen komen zijn onder meer:

  • Evolueert de omzet volgens de verwachtingen?
  • Zijn de kosten nog onder controle?
  • Hoe ontwikkelt de winstgevendheid zich?
  • Zijn bijkomende investeringen wenselijk en financieel haalbaar?
  • Zijn er voldoende liquiditeiten beschikbaar voor de komende maanden?

Door deze elementen vóór het einde van het jaar te analyseren, kunnen aandachtspunten sneller worden opgespoord en kunnen opportuniteiten beter worden benut.

Tijd voor fiscale planning
Veel ondernemers denken pas aan fiscale optimalisaties wanneer het einde van het jaar nadert. Nochtans worden de meeste beslissingen best tijdig voorbereid. Zodra het boekjaar is afgesloten, kunnen geplande verrichtingen of investeringen niet meer met terugwerkende kracht worden uitgevoerd.

Afhankelijk van uw concrete situatie kan het nuttig zijn om stil te staan bij:

  • geplande investeringen en de timing ervan;
  • voorafbetalingen van belastingen;
  • pensioenopbouw;
  • bezoldigingen en andere vergoedingen;
  • algemene fiscale positie van de onderneming.

Een tijdige voorbereiding zorgt doorgaans voor meer keuzemogelijkheden dan beslissingen die pas in december worden genomen. De meest aangewezen aanpak blijft afhankelijk van de cijfers en de specifieke situatie van uw onderneming.

Administratie op orde
Het einde van een kwartaal vormt eveneens een goed moment om de administratie kritisch te bekijken. Een volledige en actuele boekhouding is noodzakelijk om betrouwbare tussentijdse cijfers op te stellen en de btw-aangifte correct voor te bereiden.

Controleer daarom tijdig of:

  • alle aankoop- en verkoopfacturen beschikbaar zijn;
  • kastickets en onkostennota’s werden aangeleverd;
  • bank- en betaalgegevens volledig zijn verwerkt;
  • ontbrekende of gecorrigeerde documenten werden bezorgd;
  • openstaande klanten- en leveranciersposten werden nagekeken.

Hoe vollediger de administratie, hoe beter het beeld van de financiële toestand van de onderneming en hoe gerichter advies kan worden gegeven.

Denk ook aan uw cashflow
Een onderneming kan winstgevend zijn en toch tijdelijk over onvoldoende liquide middelen beschikken. Het laatste kwartaal brengt vaak bijkomende uitgaven mee, zoals btw-betalingen, belastingen, sociale bijdragen, eindejaarspremies, investeringen en leveranciersfacturen.

Een actuele liquiditeitsplanning helpt om deze verplichtingen tijdig in te schatten. Ook de opvolging van openstaande klantenfacturen verdient daarom aandacht. Een goed resultaat op papier biedt immers geen zekerheid dat het geld ook tijdig beschikbaar is.

Vooruitkijken naar 2027
Het laatste kwartaal is niet alleen een periode om het lopende boekjaar voor te bereiden op de afsluiting. Het is ook een geschikt moment om vooruit te kijken naar het volgende jaar.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • nieuwe investeringen of financieringen;
  • groeiplannen en personeelsbehoeften;
  • wijzigingen in de bedrijfsstructuur;
  • opvolging of overdracht van de onderneming;
  • budgetten en doelstellingen voor het volgende boekjaar.

Hoe vroeger deze plannen worden besproken, hoe beter de financiële, juridische en fiscale gevolgen kunnen worden voorbereid.

Conclusie
Het laatste kwartaal biedt nog belangrijke mogelijkheden om uw onderneming goed voor te bereiden op de jaarafsluiting. Een tijdige evaluatie van de cijfers, een correcte administratie en een doordachte fiscale en financiële planning kunnen een belangrijke meerwaarde betekenen.

Heeft u vragen over uw tussentijdse resultaten per 30/09 of wenst u de aandachtspunten voor het einde van het jaar te bespreken? Dan staan wij uiteraard graag voor u klaar.

Aangifte personenbelasting 2025: wat verandert er?

5 juni 2026|Categories: Nieuwsbrieven|Tags: , |

Nieuwsbrief Juni 2026 – Aangifte personenbelasting 2025: wat verandert er?

De aangifte personenbelasting voor inkomstenjaar 2025 brengt opnieuw een aantal belangrijke wijzigingen met zich mee In deze nieuwsbrief geven wij u een beknopt overzicht van de voornaamste aanpassingen en wat dit concreet voor u kan betekenen.

 

Afschaffingen en beperkingen

Er worden dit jaar verschillende fiscale voordelen afgeschaft.

Zo verdwijnt de federale interestaftrek voor hypothecaire leningen die betrekking hebben op een andere woning dan de eigen woning. Voor leningen die vóór 2024 werden afgesloten, blijven de kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering wel nog recht geven op een federale belastingvermindering in het kader van het langetermijnsparen.

Ook het belastingvoordeel voor groene leningen wordt afgeschaft. Dit betekent dat u geen belastingvermindering van 30% meer krijgt op de intresten van leningen die werden aangegaan voor energiebesparende investeringen.

Daarnaast verdwijnt de belastingvermindering van 15% voor de aankoop van bepaalde elektrische voertuigen. Hierdoor valt een bijkomende fiscale stimulans weg.

Verder wordt de belastingvermindering van 30% voor dienstencheques volledige afgeschaft. Uitgaven voor dienstencheques leveren dus geen fiscaal voordeel meer op.

Tot slot verdwijnt de belastingvermindering van 40% voor premies van een rechtsbijstandverzekering volledig.

Er worden ook een aantal beperkingen doorgevoerd.

De aftrek van onderhoudsuitkeringen wordt afgebouwd: van 80% in 2024 naar 70% in 2025, en naar 50% in 2027.

Het belastingvoordeel voor giften wordt eveneens verminderd: van 45% naar 30%. Het minimumbedrag van de gift, om recht te geven op belastingvermindering, bedraagt nog steeds €40.

Daarnaast wordt de overgangsregeling voor een ouder ten laste afgeschaft. Enkel als de inwonende oudere minstens 66 jaar oud is en als zorgbehoevend wordt beschouwd, kan de verhoogde belastingvrije som nog worden toegepast.

Tenslotte worden een aantal belastingvoordelen niet langer geïndexeerd. Het betreft onder andere de maxima met betrekking tot het langetermijnsparen, de vrijstelling voor dividenden, de vrijstelling voor intresten van spaarrekeningen, …

Positieve wijzigingen

Er zijn ook enkele positieve aanpassingen.

Zo wordt de inkomensgrens om personen fiscaal ten laste te kunnen houden, verhoogd naar €12.000.

Daarnaast wordt het vrijgesteld bedrag voorinkomsten ui flexi-jobs verhoogd tot €18.000. Voor gepensioneerden geldt bovendien geen maximumbedrag, wat extra mogelijkheden biedt om fiscaal voordelig bij te verdienen.

Conclusie

De aangifte personenbelasting 2025 gaat gepaard met verschillende belangrijke wijzigingen. In de meeste gevallen zien we dat bestaande fiscale voordelen worden afgebouwd of zelfs volledig verdwijnen. Dit kan een merkbare impact hebben op uw uiteindelijke belastingdruk.

Tegelijk zijn er ook enkele beperkte positieve aanpassingen, die in bepaalde situaties een voordeel kunnen opleveren. De concrete gevolgen verschillen echter sterk van persoon tot persoon.

Ons kantoor behandelt uw aangifte met de nodige zorg, zodat deze tijdig wordt ingediend en de fiscale voordelen optimaal worden toegepast. Heeft u nog vragen? Dan kan u steeds bij ons terecht.

Vernieuwde btw-ketting vanaf 1 mei 2026

28 april 2026|Categories: Nieuwsbrieven|Tags: , |

Vanaf 1 mei 2026 treedt een volgende en belangrijke fase van de modernisering van de Belgische btw ketting in werking. Deze hervorming heeft een directe impact op hoe btw wordt betaald, opgevolgd en teruggevraagd. We zetten de twee belangrijkste aandachtspunten graag even helder voor u op een rij.

Van btw‑rekening‑courant naar btw‑provisierekening

De klassieke btw‑rekening‑courant verdwijnt en wordt vervangen door een btw‑provisierekening. Deze provisierekening fungeert als een digitale btw‑portefeuille bij de FOD Financiën:

  • Alle btw‑tegoeden en vooruitbetalingen worden hier gecentraliseerd;
  • Verrekening met verschuldigde btw gebeurt automatisch;
  • Opvolging en terugbetaling verlopen via MyMinfin.

Eventuele tegoeden op de oude rekening‑courant worden automatisch overgezet, op voorwaarde dat alle btw‑aangiften zijn ingediend tegen 30 april 2026.

Nieuw bankrekeningnummer voor btw‑betalingen

Vanaf 1 mei 2026 moet elke btw‑betaling gebeuren op een nieuw rekeningnummer: BE41 6792 0036 4210. Dit rekeningnummer geldt:

  • voor maand­aangiften vanaf april 2026
  • voor kwartaalaangiften vanaf het 2e kwartaal 2026

Het is essentieel om vaste betaalopdrachten, banktemplates en boekhoudsoftware tijdig aan te passen.

Wat verandert er nog vanaf 1 mei 2026?

  • Afschaffing van de btw‑vakantieregeling. De vroegere tolerantie tijdens de zomermaanden verdwijnt definitief. De standaard indieningstermijnen blijven altijd gelden: 20e van de maand voor maandaangevers en 25e van de maand voor kwartaalaangevers.
  • Wijziging in de manier van btw‑teruggave. De terugbetaling van btw‑tegoeden wordt strikter afgebakend. Vraag je een btw‑teruggaaf aan via de periodieke btw‑aangifte, dan is die beperkt tot het bedrag in rooster 72. Het volledige beschikbare tegoed kan je nadien wel altijd afzonderlijk terugvragen via MyMinfin, vanuit de btw‑provisierekening.
  • Centralisatie via MyMinfin. Alles rond btw‑betalingen en –tegoeden wordt gecentraliseerd: het raadplegen saldo btw‑provisierekening, het aanvragen van terugbetalingen en het opvolgen van verrekeningen en schulden.
  • Automatische aanwending van tegoeden door de fiscus. De FOD Financiën kan beschikbare provisies automatisch gebruiken: bij verwerking van een btw‑aangifte, bij (vervangende) aangiften door de administratie en bij openstaande, niet‑betwiste btw‑schulden.

Conclusie

Om u correct te begeleiden bij deze wijzigingen, zullen wij u nog afzonderlijk per e‑mail informeren over de impact van de vernieuwde btw‑ketting en het nieuwe btw‑rekeningnummer. Via myminfin kan u steeds aanmelden om uw btw-provisierekening bij de FOD Financiën te raadplegen.

Doe tijdige voorafbetalingen om een belastingvermeerdering te vermijden!

6 maart 2026|Categories: Nieuwsbrieven|Tags: , , , , |

❓Wist u dat tijdige voorafbetalingen u kunnen helpen om een belastingvermeerdering te vermijden? Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt deze vermeerdering 6,75% wanneer er onvoldoende vooraf wordt betaald.

📅 De belangrijkste data voor voorafbetalingen in 2026:
• VA1: 10 april 2026 – voordeel 9,00%
• VA2: 10 juli 2026 – voordeel 7,50%
• VA3: 10 oktober 2026 – voordeel 6,00%
• VA4: 20 december 2026 – voordeel 4,50%

👤 Zelfstandigen (natuurlijke personen) kunnen naast het vermijden van een vermeerdering ook een bonificatie krijgen wanneer ze meer voorafbetalen dan nodig. Vennootschappen hebben deze bonificatie niet.

🚀 Starters genieten bovendien vaak een vrijstelling van belastingverhoging tijdens de eerste 3 jaar (voor vennootschappen enkel onder bepaalde voorwaarden).

🔎 Vandaag ontving onze klanten een voorstel tot voorafbetaling, gebaseerd op eerdere cijfers. Doorheen het jaar volgen we dit verder op en sturen we bij waar nodig, zodat de belastingen gespreid en optimaal worden betaald.

Heeft u vragen over voorafbetalingen of uw fiscale planning?
📩 Neem gerust contact met ons op.

Belangrijke update over de Belgische btw-hervorming (vanaf 1 maart 2026)

20 februari 2026|Categories: Nieuwsbrieven|Tags: |

📢 Belangrijke update over de Belgische btw-hervorming (vanaf 1 maart 2026)

De langverwachte btw-hervorming gaat niet volledig van start op 1 maart 2026. Na scherpe kritiek van de Raad van State heeft de federale regering beslist om slechts een beperkt deel van de maatregelen uit het ontwerp-Koninklijk Besluit te laten ingaan — de rest wordt uitgesteld.

Wat verandert er wel vanaf 1 maart 2026?
✔️ De btw op gemeubeld logies en campingplaatsen stijgt van 6 % naar 12 %.
✔️ Voor bepaalde pesticiden/meststoffen gaat het tarief van 12 % naar 21 %.

Wat blijft voorlopig hetzelfde?
❌ Toegang tot sport-, cultuur- en ontspanningsactiviteiten blijft 6 % btw.
❌ Take-away en afhaalmaaltijden blijven 6 % btw.
❌ Niet-alcoholische dranken bij restaurantdiensten blijven 21 % btw.

Er is dus geen brede btw-verhoging voor horeca, sport of cultuur vanaf 1 maart 2026 zoals eerst voorzien — die maatregelen zijn voorlopig uitgesteld en worden later herbekeken.

Vragen over de details van deze wijzigingen? Wij helpen u graag verder.

Liquidatiereserves en VVPRbis

18 november 2025|Categories: Nieuwsbrieven|Tags: , , |

In deze editie van onze nieuwsbrief willen we u informeren over belangrijke fiscale veranderingen met betrekking tot de liquidatiereserves en het VVPRbis-stelsel. Deze hervormingen zijn recent goedgekeurd en hebben concrete impact op de timing en belastingdruk bij winstuitkeringen. De regering wil hiermee de regels van VVPRbis en liquidatiereserves beter op elkaar afstemmen.

 

Wat verandert er voor de liquidatiereserves?

Tot nu moest u 5 jaar wachten om de liquidatiereserves uit te keren aan een gunsttarief. Dat wordt nu verminderd naar 3 jaar.

  • Voor reserves die zijn aangelegd vóór 31 december 2025: u kan nog kiezen! Wacht u 5 jaar, dan betaalt u 5% roerende voorheffing bij uitkering. Maar als deze al minstens 3 jaar in de reserves zitten, kan u vanaf de publicatie van de wet al uitkeren met 6,5% roerende voorheffing. De wachttijd wordt dus verkort.
  • Voor nieuwe reserves die worden aangelegd vanaf 1 januari 2026 geldt: indien u uitkeert binnen de 3 jaar, betaalt u 30% roerende voorheffing; indien u wacht tot na 3 jaar, betaalt u 6,5% roerende voorheffing.

Bij vereffening blijft de uitkering van de liquidatiereserve volledig vrijgesteld van roerende voorheffing!

 

Wat verandert er voor het VVPRbis-stelsel?

Onder het oude regime gelden de roerende voorheffings-tarieven volgens een opklimmend schema:

  • 30% in het 1e boekjaar na de inbreng van het kapitaal
  • 20% in het 2e boekjaar
  • 15% vanaf het 3e boekjaar na de inbreng van het kapitaal

Het verlaagde tarief van 20% roerende voorheffing op dividenden blijft mogelijk voor inbreng tot uiterlijk 31 december 2025. Voor inbreng vanaf 1 januari 2026 geldt opnieuw het tarief van 30% in het tweede jaar. Vanaf het derde boekjaar blijft het tarief van 15% bestaan binnen VVPRbis.

 

Waarom is dit belangrijk voor jullie?

– Meer flexibiliteit bij winstuitkeringen

– Fiscaal voordeel behouden via een verlaagd tarief (6,5%) bij uitkering na 3 jaar

– Betere strategische dividend- en kapitaalplanning

– Overgangsperiode creëert opportuniteiten

 

Wat raden wij aan?

– Bekijk uw bestaande liquidatiereserves

– Herbekijk het dividendbeleid in functie van de nieuwe regels

– Plan kapitaalbijdragen bewust

Conclusie

Belastingplanning wordt belangrijker: wanneer wilt u inbrengen en wanneer wilt u uitkeren?

Vergeet hierbij niet dat u bij aanleg van een liquidatiereserve reeds 10% afdraagt via de vennootschapsbelasting. Indien u de wachttijd van 3 jaar niet respecteert, zal u alsnog 30% roerende voorheffing moeten betalen. Voortijdige uitkeringen van liquidatiereserves zijn fiscaal zeer ongunstig.

Voor het VVPRbis-stelsel dient u uw inbreng nog in 2025 te verrichten om in aanmerking te komen voor het gunstregime. Bovendien kan dit interessant zijn in het kader van de aankomende meerwaardebelasting: door het eigen vermogen te verhogen, kan uw toekomstige belaste meerwaarde lager zijn.  Ook de beslissing op liquidatiereserves niet meer uit te keren in 2025, kan een positieve impact hebben op deze toekomstige meerwaardebelasting.

Go to Top