Aangifte personenbelasting 2025: wat verandert er?
Nieuwsbrief Juni 2026 – Aangifte personenbelasting 2025: wat verandert er?
De aangifte personenbelasting voor inkomstenjaar 2025 brengt opnieuw een aantal belangrijke wijzigingen met zich mee In deze nieuwsbrief geven wij u een beknopt overzicht van de voornaamste aanpassingen en wat dit concreet voor u kan betekenen.
Afschaffingen en beperkingen
Er worden dit jaar verschillende fiscale voordelen afgeschaft.
Zo verdwijnt de federale interestaftrek voor hypothecaire leningen die betrekking hebben op een andere woning dan de eigen woning. Voor leningen die vóór 2024 werden afgesloten, blijven de kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering wel nog recht geven op een federale belastingvermindering in het kader van het langetermijnsparen.
Ook het belastingvoordeel voor groene leningen wordt afgeschaft. Dit betekent dat u geen belastingvermindering van 30% meer krijgt op de intresten van leningen die werden aangegaan voor energiebesparende investeringen.
Daarnaast verdwijnt de belastingvermindering van 15% voor de aankoop van bepaalde elektrische voertuigen. Hierdoor valt een bijkomende fiscale stimulans weg.
Verder wordt de belastingvermindering van 30% voor dienstencheques volledige afgeschaft. Uitgaven voor dienstencheques leveren dus geen fiscaal voordeel meer op.
Tot slot verdwijnt de belastingvermindering van 40% voor premies van een rechtsbijstandverzekering volledig.
Er worden ook een aantal beperkingen doorgevoerd.
De aftrek van onderhoudsuitkeringen wordt afgebouwd: van 80% in 2024 naar 70% in 2025, en naar 50% in 2027.
Het belastingvoordeel voor giften wordt eveneens verminderd: van 45% naar 30%. Het minimumbedrag van de gift, om recht te geven op belastingvermindering, bedraagt nog steeds €40.
Daarnaast wordt de overgangsregeling voor een ouder ten laste afgeschaft. Enkel als de inwonende oudere minstens 66 jaar oud is en als zorgbehoevend wordt beschouwd, kan de verhoogde belastingvrije som nog worden toegepast.
Tenslotte worden een aantal belastingvoordelen niet langer geïndexeerd. Het betreft onder andere de maxima met betrekking tot het langetermijnsparen, de vrijstelling voor dividenden, de vrijstelling voor intresten van spaarrekeningen, …
Positieve wijzigingen
Er zijn ook enkele positieve aanpassingen.
Zo wordt de inkomensgrens om personen fiscaal ten laste te kunnen houden, verhoogd naar €12.000.
Daarnaast wordt het vrijgesteld bedrag voorinkomsten ui flexi-jobs verhoogd tot €18.000. Voor gepensioneerden geldt bovendien geen maximumbedrag, wat extra mogelijkheden biedt om fiscaal voordelig bij te verdienen.
Conclusie
De aangifte personenbelasting 2025 gaat gepaard met verschillende belangrijke wijzigingen. In de meeste gevallen zien we dat bestaande fiscale voordelen worden afgebouwd of zelfs volledig verdwijnen. Dit kan een merkbare impact hebben op uw uiteindelijke belastingdruk.
Tegelijk zijn er ook enkele beperkte positieve aanpassingen, die in bepaalde situaties een voordeel kunnen opleveren. De concrete gevolgen verschillen echter sterk van persoon tot persoon.
Ons kantoor behandelt uw aangifte met de nodige zorg, zodat deze tijdig wordt ingediend en de fiscale voordelen optimaal worden toegepast. Heeft u nog vragen? Dan kan u steeds bij ons terecht.
Vernieuwde btw-ketting vanaf 1 mei 2026
Vanaf 1 mei 2026 treedt een volgende en belangrijke fase van de modernisering van de Belgische btw ketting in werking. Deze hervorming heeft een directe impact op hoe btw wordt betaald, opgevolgd en teruggevraagd. We zetten de twee belangrijkste aandachtspunten graag even helder voor u op een rij.
Van btw‑rekening‑courant naar btw‑provisierekening
De klassieke btw‑rekening‑courant verdwijnt en wordt vervangen door een btw‑provisierekening. Deze provisierekening fungeert als een digitale btw‑portefeuille bij de FOD Financiën:
- Alle btw‑tegoeden en vooruitbetalingen worden hier gecentraliseerd;
- Verrekening met verschuldigde btw gebeurt automatisch;
- Opvolging en terugbetaling verlopen via MyMinfin.
Eventuele tegoeden op de oude rekening‑courant worden automatisch overgezet, op voorwaarde dat alle btw‑aangiften zijn ingediend tegen 30 april 2026.
Nieuw bankrekeningnummer voor btw‑betalingen
Vanaf 1 mei 2026 moet elke btw‑betaling gebeuren op een nieuw rekeningnummer: BE41 6792 0036 4210. Dit rekeningnummer geldt:
- voor maandaangiften vanaf april 2026
- voor kwartaalaangiften vanaf het 2e kwartaal 2026
Het is essentieel om vaste betaalopdrachten, banktemplates en boekhoudsoftware tijdig aan te passen.
Wat verandert er nog vanaf 1 mei 2026?
- Afschaffing van de btw‑vakantieregeling. De vroegere tolerantie tijdens de zomermaanden verdwijnt definitief. De standaard indieningstermijnen blijven altijd gelden: 20e van de maand voor maandaangevers en 25e van de maand voor kwartaalaangevers.
- Wijziging in de manier van btw‑teruggave. De terugbetaling van btw‑tegoeden wordt strikter afgebakend. Vraag je een btw‑teruggaaf aan via de periodieke btw‑aangifte, dan is die beperkt tot het bedrag in rooster 72. Het volledige beschikbare tegoed kan je nadien wel altijd afzonderlijk terugvragen via MyMinfin, vanuit de btw‑provisierekening.
- Centralisatie via MyMinfin. Alles rond btw‑betalingen en –tegoeden wordt gecentraliseerd: het raadplegen saldo btw‑provisierekening, het aanvragen van terugbetalingen en het opvolgen van verrekeningen en schulden.
- Automatische aanwending van tegoeden door de fiscus. De FOD Financiën kan beschikbare provisies automatisch gebruiken: bij verwerking van een btw‑aangifte, bij (vervangende) aangiften door de administratie en bij openstaande, niet‑betwiste btw‑schulden.
Conclusie
Om u correct te begeleiden bij deze wijzigingen, zullen wij u nog afzonderlijk per e‑mail informeren over de impact van de vernieuwde btw‑ketting en het nieuwe btw‑rekeningnummer. Via myminfin kan u steeds aanmelden om uw btw-provisierekening bij de FOD Financiën te raadplegen.
Doe tijdige voorafbetalingen om een belastingvermeerdering te vermijden!
❓Wist u dat tijdige voorafbetalingen u kunnen helpen om een belastingvermeerdering te vermijden? Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt deze vermeerdering 6,75% wanneer er onvoldoende vooraf wordt betaald.
📅 De belangrijkste data voor voorafbetalingen in 2026:
• VA1: 10 april 2026 – voordeel 9,00%
• VA2: 10 juli 2026 – voordeel 7,50%
• VA3: 10 oktober 2026 – voordeel 6,00%
• VA4: 20 december 2026 – voordeel 4,50%
👤 Zelfstandigen (natuurlijke personen) kunnen naast het vermijden van een vermeerdering ook een bonificatie krijgen wanneer ze meer voorafbetalen dan nodig. Vennootschappen hebben deze bonificatie niet.
🚀 Starters genieten bovendien vaak een vrijstelling van belastingverhoging tijdens de eerste 3 jaar (voor vennootschappen enkel onder bepaalde voorwaarden).
🔎 Vandaag ontving onze klanten een voorstel tot voorafbetaling, gebaseerd op eerdere cijfers. Doorheen het jaar volgen we dit verder op en sturen we bij waar nodig, zodat de belastingen gespreid en optimaal worden betaald.
Heeft u vragen over voorafbetalingen of uw fiscale planning?
📩 Neem gerust contact met ons op.
Belangrijke update over de Belgische btw-hervorming (vanaf 1 maart 2026)
📢 Belangrijke update over de Belgische btw-hervorming (vanaf 1 maart 2026)
De langverwachte btw-hervorming gaat niet volledig van start op 1 maart 2026. Na scherpe kritiek van de Raad van State heeft de federale regering beslist om slechts een beperkt deel van de maatregelen uit het ontwerp-Koninklijk Besluit te laten ingaan — de rest wordt uitgesteld.
Wat verandert er wel vanaf 1 maart 2026?
✔️ De btw op gemeubeld logies en campingplaatsen stijgt van 6 % naar 12 %.
✔️ Voor bepaalde pesticiden/meststoffen gaat het tarief van 12 % naar 21 %.
Wat blijft voorlopig hetzelfde?
❌ Toegang tot sport-, cultuur- en ontspanningsactiviteiten blijft 6 % btw.
❌ Take-away en afhaalmaaltijden blijven 6 % btw.
❌ Niet-alcoholische dranken bij restaurantdiensten blijven 21 % btw.
Er is dus geen brede btw-verhoging voor horeca, sport of cultuur vanaf 1 maart 2026 zoals eerst voorzien — die maatregelen zijn voorlopig uitgesteld en worden later herbekeken.
Vragen over de details van deze wijzigingen? Wij helpen u graag verder.
Liquidatiereserves en VVPRbis
In deze editie van onze nieuwsbrief willen we u informeren over belangrijke fiscale veranderingen met betrekking tot de liquidatiereserves en het VVPRbis-stelsel. Deze hervormingen zijn recent goedgekeurd en hebben concrete impact op de timing en belastingdruk bij winstuitkeringen. De regering wil hiermee de regels van VVPRbis en liquidatiereserves beter op elkaar afstemmen.
Wat verandert er voor de liquidatiereserves?
Tot nu moest u 5 jaar wachten om de liquidatiereserves uit te keren aan een gunsttarief. Dat wordt nu verminderd naar 3 jaar.
- Voor reserves die zijn aangelegd vóór 31 december 2025: u kan nog kiezen! Wacht u 5 jaar, dan betaalt u 5% roerende voorheffing bij uitkering. Maar als deze al minstens 3 jaar in de reserves zitten, kan u vanaf de publicatie van de wet al uitkeren met 6,5% roerende voorheffing. De wachttijd wordt dus verkort.
- Voor nieuwe reserves die worden aangelegd vanaf 1 januari 2026 geldt: indien u uitkeert binnen de 3 jaar, betaalt u 30% roerende voorheffing; indien u wacht tot na 3 jaar, betaalt u 6,5% roerende voorheffing.
Bij vereffening blijft de uitkering van de liquidatiereserve volledig vrijgesteld van roerende voorheffing!
Wat verandert er voor het VVPRbis-stelsel?
Onder het oude regime gelden de roerende voorheffings-tarieven volgens een opklimmend schema:
- 30% in het 1e boekjaar na de inbreng van het kapitaal
- 20% in het 2e boekjaar
- 15% vanaf het 3e boekjaar na de inbreng van het kapitaal
Het verlaagde tarief van 20% roerende voorheffing op dividenden blijft mogelijk voor inbreng tot uiterlijk 31 december 2025. Voor inbreng vanaf 1 januari 2026 geldt opnieuw het tarief van 30% in het tweede jaar. Vanaf het derde boekjaar blijft het tarief van 15% bestaan binnen VVPRbis.
Waarom is dit belangrijk voor jullie?
– Meer flexibiliteit bij winstuitkeringen
– Fiscaal voordeel behouden via een verlaagd tarief (6,5%) bij uitkering na 3 jaar
– Betere strategische dividend- en kapitaalplanning
– Overgangsperiode creëert opportuniteiten
Wat raden wij aan?
– Bekijk uw bestaande liquidatiereserves
– Herbekijk het dividendbeleid in functie van de nieuwe regels
– Plan kapitaalbijdragen bewust
Conclusie
Belastingplanning wordt belangrijker: wanneer wilt u inbrengen en wanneer wilt u uitkeren?
Vergeet hierbij niet dat u bij aanleg van een liquidatiereserve reeds 10% afdraagt via de vennootschapsbelasting. Indien u de wachttijd van 3 jaar niet respecteert, zal u alsnog 30% roerende voorheffing moeten betalen. Voortijdige uitkeringen van liquidatiereserves zijn fiscaal zeer ongunstig.
Voor het VVPRbis-stelsel dient u uw inbreng nog in 2025 te verrichten om in aanmerking te komen voor het gunstregime. Bovendien kan dit interessant zijn in het kader van de aankomende meerwaardebelasting: door het eigen vermogen te verhogen, kan uw toekomstige belaste meerwaarde lager zijn. Ook de beslissing op liquidatiereserves niet meer uit te keren in 2025, kan een positieve impact hebben op deze toekomstige meerwaardebelasting.
Meerwaardebelasting
Vanaf 1 januari 2026 voert de Belgische overheid een nieuwe belasting in op meerwaarden uit financiële beleggingen. Deze maatregel – officieel de solidariteitsbijdrage – is bedoeld om vermogenswinsten in de privésfeer mee te laten bijdragen aan de staatsfinanciën.
Wie moet deze belasting betalen?
Het toepassingsgebied omvat:
- De personenbelasting, dus de particulieren die in België wonen
- De rechtspersonenbelasting, dus niet-commerciële organisaties zoals vzw’s en stichtingen
Vennootschappen vallen hier niet onder: zij blijven onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
Wat wordt precies belast?
Het materieel toepassingsgebied omvat 3 categorieën:
- Interne meerwaarde, waarbij de verkoper controle heeft over de koper. Het gaat hier specifiek over aandelen en winstbewijzen.
- Meerwaarde op aanmerkelijk belang, waarbij de verkoper minstens 20% bezit van de rechten in de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen.
- Meerwaarde op financiële activa, waaronder aandelen, obligaties, trackers, fondsen, crypto, levensverzekeringen (tak 21, 23 en 26), …
Niet belastbaar zijn:
– Pensioenspaarproducten en groepsverzekeringen
– Vastgoed
– Dividenden
– Schenkingen, erfenissen en inbreng in een huwelijksgemeenschap
Wanneer betaalt u belasting?
U betaalt enkel belasting als u een financieel actief verkoopt met winst. Winst die u nog niet realiseert (bijvoorbeeld omdat u het actief nog aanhoudt), blijft onbelast.
Bij een schenking of erfenis is er geen belasting verschuldigd, maar als de begiftigde later verkoopt, wordt de oorspronkelijke aankoopprijs van de schenker als basis gebruikt.
Hoeveel belasting betaalt u?
- Interne meerwaarde:
- 33% op de gerealiseerde meerwaarde
- Geen vrijstelling
- Meerwaarde op aanmerkelijk belang:
- Opklimmend tarief: van 1,25% tot 5%
- Vrijstelling tot 1 mio euro, gespreid over 5 jaar
- Meerwaarde op financiële activa:
- Standaardtarief van 10%
- Vrijstelling van 10.000 euro winst per jaar, niet gebruikte vrijstelling kan worden overgedragen
Wat met bestaande beleggingen?
Meerwaarden die u tot eind 2025 hebt opgebouwd, blijven vrij van belasting. De waarde op 31 december 2025 wordt de nieuwe referentieprijs. Voor niet-beursgenoteerde activa kunt u een waardebepaling laten uitvoeren door een bedrijfsrevisor of een erkend accountant.
De belastingplichtige moet de aanschaffingswaarde kunnen bewijzen, zo niet is de aanschaffingswaarde gelijk aan 0 en wordt de volledig ontvangen prijs belast. Het is dus belangrijk om zowel de aanschaffingswaarde als de waarde op 31 december 2025 te regsitreren.







